ALLEEN MET DE STERREN:

OVER HET BOS, EENZAAMHEID EN TIJD.

 

Terugkijkend op mijn scriptie aan het AKV Sint joost, zou ik van alles willen veranderen. Toch heb ik besloten stukjes van mijn scriptie en gedachtes met jullie te delen! Ik staar nu al een tijdje naar mijn beeldscherm. Hoe moet ik beginnen? Vorige week kreeg ik het advies om te beginnen aan mijn onderzoeksverslag en dus laat ik nu mijn gedachtes overgaan op papier. Iets wat tijdens mijn studie belangrijk is geworden zijn mijn observaties en waarnemingen. Dit komt terug in het onderzoeksverslag. Gedachtes ontstaan vanuit een maakproces. Hoe dat gaat omschrijf ik in mijn verslag. Het is een onderzoek van mijn eigen belevingen en waarnemingen, met daarnaast literatuuronderzoek ter ondersteuning.

observeren, waarnemen

en de verwondering.

 

>

 

Ik vroeg het me af hoe het zou zijn zonder telefoon, internet en contact met anderen. Ik zocht de beleving op en ging een tijd in een bos leven, weg van onze consumptie-maatschappij. Tijd werd een belangrijk onderdeel. Wat vind ik hier interessant aan en hoe maak ik daar gebruik van? Welke plaats neemt het in mijn werkproces?

 

DE VERWONDERING

Observeren, Waarnemen en de verwondering

Mijn gehele studie kreeg ik te horen: wat zijn je fascinaties? Wat onderscheid jou van andere illustratoren? Een aantal jaar geleden zou ik nog dwalend het internet doorscrollen voor inspiratie. Een tijd alleen wonen zonder internet bracht daar verandering in. Ik ging meer naar buiten op ontdekkingstocht en vond veel. Mijn werk lijkt te ontstaan vanuit een observatie of verwondering; iets wat mij opvalt, wat anderen misschien over het hoofd zien. Hoe verder ik kwam in mijn studie, hoe meer ik zag. Ik ontwikkelde een liefde voor natuur, licht en kleur. Waarom kijkt iedereen voor zich uit, ben ik nu de enigste die ziet hoe mooi dit is? Wat is het precies waar ik naar kijk? Ik word er gelukkig van, voel een moment van vrijheid. Ik kan het niet meer vergeten, en heb een onbeschrijfbaar gevoel: hier wil ik iets mee doen!

 

Tegenwoordig zien we ontzettend veel beelden om ons heen. Veel gaat aan ons voorbij. Tijdens de opleiding wordt er veel gehamerd dat we onze naamgenoten kennen. Maar een illustratorkenner maakt me nog geen illustrator. Misschien komt mijn smaak wel naar voren, maar of er ook inspiratie en een innerlijke noodzaak is? Soms voel ik mij alleen maar belet door alle mooie dingen die er op internet te zien zijn. Een paar uur later heb ik illustraties bewonderd en misschien bekritiseerd, maar zelf nog niks gedaan. Een ervaring echter is iets wat ons overkomt. Zij is de basis van verwondering.

 

Als iets natuurlijk aanvoelt dan wordt daar minder over nagedacht. Daarom is beweging of verandering belangrijk. Bijvoorbeeld hoe alles anders wordt als het donker word. ‘Ik zou mij over de opkomst van de zon niet verwonderen als ik niet overtuigd was van de mogelijkheid dat ze zou wegblijven'.

wat de verwondering

met ons kan doen.

 

Tijdens mijn studie ben ik er achter gekomen dat de verwondering samengaat met de romanticus. Als je aan verwondering denkt dan denk je al gauw aan kinderen, die met puppy ogen door het leven gaan, zich alsmaar verwonderend over dingen die anderen niet opmerken of gewoon vinden. Als volwassen bereiden deze vragen zich verder uit, de vragen worden dieper, maar dan moet je wel die nieuwsgierigheid behouden. Hier is een open houding voor nodig. Niks is zeker. Wat voor het ene bestaan gewoon is, is in het andere misschien heel ongewoon. Hoort verwondering nog thuis in onze samenleving? We hebben een actief leven en zijn altijd druk. We zijn werkers, lijken stil te staan in beweging. Is dit erg? Ik denk dat dit soms ontbreekt in onze samenleving. Soms is het goed even stil te staan in het denken, de verwondering kan zo moment veroorzaken.

alexander

von homboldt.

 

Werk wat mij aanspreekt is vaak vanuit die verwondering ontstaan. Vanuit een eigen fascinatie of droom. Wat gebeurd als je deze verwondering stimuleert? Een mooi voorbeeld hiervan is Alexander von Humboldt. Alexander, geboren in 1802, had als kind een hoop vragen toen hij vanuit Berlijn naar een andere plek verhuisde. Wat was dat voor plant? Ondanks dat hij het minder begaafde van de twee broers werd beschouwd, werd zijn nieuwsgierigheid aangewakkerd en door anderen aangemoedigd. Hij kreeg een grote collectie natuurboeken van zijn ouders, een microscoop en een leraar. Hij verzamelde insecten, stenen en planten. Zijn planttekeningen hingen in de woonkamer en al gauw werd hij de jonge apotheker genoemd. Hij leerde ook schilderen en graveren. Toen hij ouder werd, bleef zijn onderzoeksdrang aanwezig. Zijn vragen werden steeds specifieker. Vijf jaar lang ging hij op ontdekkingstocht in Zuid-Amerika. Hij verzamelde daar zestienhonderd planten, waarvan zeshonderd nieuwe soorten. Hij tekende nieuwe kaarten van Zuid-Amerika. Hij ontdekte door zijn observaties dat de magnetische krachten afnemen naarmate men verder van de polen verwijdert is. De wetenschap van de natuur en beleving van de natuur kunnen vijandig aan elkaar zijn. Toch zijn er die dit overbruggen. Hobolt vulde zijn fysische natuurbeschrijving aan met literaire aanvullingen. Het was een grote poging om de totaliteit van de natuur als landschap zowel fysisch als esthetisch te omvatten. Zijn enthousiasme laat zien dat het belangrijk is de juiste vragen paraat te hebben.

 

Dit alles deed hij met het feit dat het nuttig was voor anderen. Zoiets was nog niet eerder gedaan. Natuurlijk is dit een voorbeeld van iemand die vroeger leefde. Maar welke belangen zijn er nog aan anderen verbonden? Moet het ontdekken en observeren een stimulans zijn, levensversterkend? Friedrich Nietzsche heeft hier in zijn een essay van 1873 over geschreven. Soms is het opdoen van feiten een innerlijke psychologische verrijking. ‘Telkens weer staan er mensen op die kracht opdoen door zich in de grootsheid van het verleden te verdiepen en aldus tot het besef bekomen dat het leven van de mens iets prachtigs is’.

filosofie.

leren kijken en waarderen

 

Deze momenten zijn dus belangrijk voor mij en wil ik delen. Wanneer ik iets moois zie, dan wil ik me er aan vastklampen. Ik voel de drang om het aan anderen te vertellen en te delen. Het onderzoek en proces vind ik het leukste onderdeel. Het is belangrijk voor me. En als beeldmaker doe ik dit door middel van tekenen en schilderen. Ik heb altijd stapels dummies en tekeningen liggen. Door mijn studie heen ben ik deze werkmanier steeds meer gaan ontwikkelen en ben ik anders gaan kijken. Waarom tekenen zo belangrijk is en wat het met je kan doen beschrijf ik hieronder.

 

John Ruskin was een Engelse criticus en schreef veel over kunst en architectuur. Al zijn werk ging over het verband tussen natuur, kunst en de maatschappij. In het werk “Modern ages’ uit 1843 verdedigt hij het werk van William Turner. Hij vond dat een schilder de realiteit moest observeren en aanschouwen, in plaats van zijn studio. De kunstenaar moest de waarheid schilderen, in alle vrijheid.

Tussen 1856 en 1860 hield Ruskin zich vooral bezig met tekenen. ‘de tekenkunst, die van wezenlijker belang is voor het menselijke ras dan de schrijfkunst en die net als schrijven aan ieder kind zou moeten worden onderwezen, is zo verwaarloosd en misbruikt, dat nog niet één op de duizend mensen -en dat geldt zelfs voor zogenaamde tekenleraren- er de fundamentele principes van kent.’ En dus besloot hij mensen te onderrichten in het tekenen. Ruskin geloofde dat tekenen voor iedereen was: iedereen die dat wenst is in staat naar tevredenheid te leren tekenen, net zoals vrijwel iedereen in staat is te leren.’

Het ging er niet om dat mensen kunstenaars werden of tekenaars. Hij wilde de mensen leren kijken. Je had er dus geen talent voor nodig, het ging om het leren zien: het waarnemen in plaats van kijken. Hij vertelde zelfs ‘ik heb je niet leren tekenen, maar leren kijken.’

 

Dit is wat ik zelf ook ondervind. Als ik iets aan het tekenen ben, zie ik pas echt. Dan vallen de details van een boom me op. Ik ben geconcentreerd en ben minstens tien minuten bezig met een beeld. Andere voorbijgangers kijken misschien een minuut. Mijn herinneringen lijken ook sterker, ik behoud het beter. Er is een relatie tussen het denken en doen. Ruskin had deze drang om te tekenen heel sterk. Hij beschreef het zelf als een verlangen. Hij heeft hele boeken vol geschetst. Hij vond het goed dat tekenen tijd kost. Hij wilde in bezit zijn van de schoonheid. Hij was van mening dat je zoiets met fotografie niet kon krijgen. In plaats van met fotograferen bewuster te kijken, werd het volgens hem eerder als een alternatief gebruikt, waardoor ze de schoonheid zich automatisch toe eigenen. Het werk wordt automatisch gedaan en er worden verder geen vragen gesteld.Het tekenen is een proces en er ontstaan vragen. Waar komen die wortels vandaan? Waarom lijkt de ene kant donkerder dan de andere kant? Tekenen is niet resultaat gericht, en de tekenaar word zich bewust van het kijkproces. In tegenstelling tot de wetenschap gaat het niet om ordenen van informatie. Tijdens het tekenen is er ruimte voor het onverwachte, en zo komen we ook weer terug op de verwondering. Illustraties trachten geen antwoorden te geven op feitelijke vragen. Ze zijn voor interpretatie vatbaar. De onzekerheid van een tekening creëert mogelijkheden voor ontdekkingen. ‘Door alternatieve associaties en referentiekaders stelt de tekenaar zich zo in staat om nieuwe betekenissen te vinden.’ Tijdens het tekenen ontstaat er een vrijplaats voor nieuwe ideeën en inzichten. Tekenen geeft de illustrator kans om gedachten en gevoelens te herzien, te bestuderen en uit te breiden.

 

Ruskin was van mening dat als je tekent je een eigen smaak ontwikkelt. We ontwikkelen onze eigen esthetiek. We begrijpen beter waarom iets indruk op ons maakt. Dit proces lijkt precies op wat ik heb doorgemaakt tijdens mijn studie. Door het naar buiten gaan en tekenen heb ik mijn eigen inspiratie gevonden. Ik kan beter analyseren waarom ik iets mooi vind en ik kan het beter herinneren. Alsof ik een moment kan bevriezen. “ik leer mijn pupillen liever tekenen opdat ze van de natuur leren houden, dan naar de natuur kijken om te leren tekenen’. Ik heb zitten twijfelen of ik deze passage zal gebruiken, maar ik zet er nu even in. Het laat zien wat voor romanticus Ruskin is, en hoeveel waarde hij ziet in het tekenen. Maar vooral is het, hetzij een beetje overdreven, wat ik zelf ervaar:

 

‘Laat twee mensen een wandeling maken, van wie de ene een goed tekenaar is en de andere daar geen interesse in toont. Laat ze door een groenen laan wandelen. Er zal een groot verschil zijn in de manier waarop twee personen de omgeving beleven. De een zal een laan met bomen zien; hij zal opmerken dat de bomen groen zijn, hij zal zien dat de zon schijnt, en dat dat een vrolijk aanzien geeft, en verder niets! Maar wat zal de tekenaar zien? Zijn ogen zijn er aan gewend naar de oorzaak van schoonheid te speuren en lieflijkheid tot in haar kleinste details te doorgronden. Hij kijkt omhoog en merkt op hoe de straaltjes opgedeelde zonneschijn als een bui neerdaalt op de glanzende bladeren boven zijn hoofd. Hier en daar zal hij een tal uit de sluier van het loof te voorschijn zien komen, hij zal de juwelen glinstering van het smaragdgroene mos zien en de prachtige, bontgeschakeerde korstmos, wit en blauw, paars en rood, versmolten en vermengd een grote toon van pracht. Is dit niet de moeite van het bekijken waard?

 

Ook filosoof Friedrich Nietzsche heeft veel geschreven tijdens het wandelen. Voor Nietsche is het wandelen niet zoals bij Kant een moment van rust, een afleiding. Voor Nietsche was het en ervaring en inspanning. Er was een intimiteit tussen lopen en denken. Wij horen niet tot degenen die pas te midden van boeken, onder invloed van boeken tot gedachten komen – het is onze gewoonte om in de vrije natuur te denken, wandelend, springend, klimmend, dansend, liefst op eenzame bergen of dicht bij zee, waar zelfs de wegen tot nadenken stemmen.’ Er lijkt een verschil te zijn met werk wat iemand binnen maakt, in een benauwde ruimte, of buiten in de openlucht. Die is volgens Nietzsche vaak velen malen interessanter. Schrijvend binnen zit je vaak krommend en gebogen, gesloten in muren. Het wordt vaak een commentaar op ander werk. Buiten sta je in een grote open ruimte. Als je daar schrijft ben je vrij van andere gedachten. Buiten ben je slechts aan het denken, beoordelen en besluiten. Het is een gedachtegang die ontstaat uit beweging, net als schilderen. Je denkt direct over iets na, zonder vormen van tradities. Dit kan een lichte gedachte zijn, maar meer diepgang hebben. “Wandelend denken, denkend wandelen, terwijl het schrijven niet meer tijd in mag nemen dan een klein pauze, zoals het lichaam tijdens het wandelen even rust neemt om de grote in ogenschouw te nemen.”

 

filosofie.

leren kijken en waarderen

 

238 UUR GELEDEN ACTIEF

Gewenning, warmte, drukte, afleiding en verplichtingen. Tweeëndertig mailtjes, vijftien berichten en achtenvijftig facebook meldingen. Anderhalve week weg in het bos en al snel komt alle stress weer naar boven. Terwijl ik aan mijn scriptie werk, ben ik mij zeer bewust van het klokje in de rechterbovenhoek van mijn scherm. Ik ben al een tijdje niks aan het doen. Op school en facebook worden de vragen op me afgevuurd. Vond je het niet eng? Vond je het niet erg om tegen niemand te praten? Miste je niet comfort? Was je eenzaam?

 

Terwijl ik aan mijn drie urige fietstocht naar mijn bestemming fiets, ben ik mij zeer bewust van de rust in dit gebied. Ik zie een enkeling langsfietsen. Aangekomen in mijn bosje begint de verkenningstocht. Het bos is aan de buitenkant dichtbegroeid met dennengroen, en van binnen dood en kaal. Op het terrein staan oude caravans en campers. Helemaal verteerd door tijd. Het mobieltje gaat uit. Ik heb geen camera bij me waar ik in het begin al gelijk last van heb. Heb ik mijzelf deze gewoonte zo normaal gemaakt, om alles vast te leggen? Terwijl je met een foto geen ervaring vast legt. Of is het kunstenaar eigen om schoonheid te willen vangen? Ben ik zo bang dat ik het vergeet? Ik moet mij zelf er aan herinneren dat ik nog genoeg tijd heb om dingen vast te leggen. De eerste nacht is koud en stil. Ik word regelmatig wakker van de stilte en droom over takken die over me heen vallen. In het donker kan ik niet raden hoe laat het is en lig ik naar mijn idee uren wakker.

In de ochtend word de wereld wakker. De Vedas zeggen, “All intelligences awake with the morning.’ Ineens gaan alle vogels zingen. Sommige onherkenbaar, allemaal in een ander ritme. Eenmaal licht word het weer wat rustiger en de temperatuur stijgt. De bomen bewegen in de wind en kraken. Regelmatig wil ik mijn mobieltje pakken om de tijd te checken. Ik schat dat ik rond 7 uur mijn bed uit ben. Ik heb geen idee hoe lang ik al een boom aan het tekenen ben. Door de zon kan ik ongeveer de tijden raden, maar echt snel lijkt deze niet te gaan.

De kippen zijn mijn enigste vrienden. Zou ik als ik honger had deze dieren kunnen doden? Het lijkt me niet heel moeilijk, maar zou ik dat kunnen? Een leven weg zien vloeien door mijn eigen handen, zelfs die van een kip? Zijn we tegenwoordig dan zo vervreemd geraakt van ons eten? Ik terug denken aan ‘Into the wild’, waar hij een eland neerschiet en hem vervolgens begraaft. Overleven is niet meer wat we gewend zijn. Alleen in absolute noodzaak komen onze oerdriften naar boven.

 

Ik kan me niet helemaal vrij voelen. Ik voel me niet veilig genoeg. Het terrein ligt gewoon open en er kunnen dus mensen langskomen. Ik ben me daar als stads mens misschien te bewust van. Of ik s’nachts bang ben? Of een meisje zich veilig kan voelen in een tent zonder slot? Angst word gevoed door angst. Dus voed ik het niet. Een onrustig gevoel duw ik weg. Kracht word gevoed door kracht. En aan de andere kant, hoe veilig ben ik werkelijk in de stad als ik op straat fiets? Alles kan me eigenlijk gestolen worden, ik heb geen waardevolle spullen bij me. Ja, ze helpen om te overleven. Zonder deze spullen heb ik wel degelijk een probleem met hier weg komen. Maar voeten en een mond brengen ver.  Een grotere angst heb ik voor verkrachting en moord.

 

TIJD

Tijd gaat zo langzaam, ik verveel me. Zelfs eten koken lijkt langzaam te gaan. Normaal zou ik een goed boek lezen. Of mij zelf afleiden met een praatje, filmpje of facebook. Ik mis het avontuur. Hoe veel tijd vullen we wel niet met internetten? Hoe weinig zijn we nog bezig met onze eigen gedachtes? Als ik thuis kom van een lange dag werken of school, dan voelt mijn avond altijd erg kort. Ik kan nooit geloven dat het al weer 10 uur is en bed tijd is. Nu voelen de avonden erg lang, en blijft het erg lang licht. Wat is tijd? Tijd gaat snel, langzaam, te veel, te weinig, zo weinig, nooit genoeg, morgen hebben we tijd. We vullen onze tijd met verhalen en programma’s, waardoor onze tijd onder druk komt te staan. Het voelt heel natuurlijk dat als het donker word te gaan slapen. Deels door de muggen en kou. Met schemer hoor je veel vogels, maar daarna is het erg stil. Ik merk wel dat ik veel lichamelijke energie over heb. De hele dag liggen en zitten tekenen vind ik niet fijn. Een wandeling helpt. Mijn tent heeft een open dak maar voelt als een veilige haven. Ik vind het raar dat wij mensen steeds alles aan een tijd koppelen. Hoe lang heb ik net een dutje gedaan? Hoe lang heb ik niks gedaan? En waarom is dit zo belangrijk voor me? Zit dit in onze cultuur gebakken of heb ik hier alleen zelf last van? We doen haast alles op een ritme van tijd. In Schotland had ik ook geen horloge bij me. Maar mijn vriendin wel, en we checkten regelmatig hoe lang we liepen en pauze hielden. Soms was dit ook een belangrijk onderdeel, redden we het nog voor de avond invalt ergens te komen? Daarnaast checkten we veel de bus tijden. Maar hoeveel tijd ben ik wel niet kwijt met het checken van mijn mobieltje. Het zou goed zijn als we in een gesprek even stil kunnen zijn, even kunnen verwerken wat er gebeurt. Net als muziek een rustige pauze heeft, zijn oude Chinese schilderijen vooral interessant door zijn lege plekken. We zouden een stuk productiever kunnen zijn zonder alle afleiding, misschien ook dichter bij ons zelf, in plaats van rollen die we steeds vervullen. We zouden de kleine dingen misschien meer waarderen. Tijd is een maatstaf geworden.

 

Wat is tijd? Iedereen kan herkennen dat tijd objectief en relatief is. Maar er zullen maar weinig mensen zijn die los leven van de klok, en waar hun innerlijke tijdsgevoel de overhand heeft. Dit is een groot verschil met dieren. Mensen kunnen tijd waarnemen. We kunnen het indelen en er een structuur in brengen, waardoor we gaan leven in onze eigen verzonnen tijd. Dieren kennen alleen hun intuïtie. Een belangrijke filosoof die veel over tijd heeft geschreven is Henri Bergson. In zijn proefschrift ‘Essai sur les données immédiates de la conscience’ beschrijft hij het begrip ‘duur’. Hij beschrijft een innerlijke tijd die we niet in kunnen delen in de kloktijden. Dit ging radicaal in tegen anderen westerse ideeen over tijd. Het is moeilijk om het ‘duur’ te beleven, omdat we veel denken en redeneren. We leven steeds meer buiten onszelf. Soms lukt ons dit door bijvoorbeeld meditatie, dagdromen of anderen dingen waarbij veel concentratie nodig is. In de mystiek en meditatie proberen we onze innerlijke tijd terug te vinden. Het ervaren van tijdloosheid en tegelijkertijd ook vrijheid. Op het eind lette ik er niet meer op, de uren gingen voorbij. Na een tijdje lijkt tijd anders te worden. Misschien kom ik eindelijk los. Het was ochtend en toen was het avond. Er gebeurde niks dat onvergetelijk was. Mijn dagen waren niet meer als de dagen van de week, er was geen tikkende klok. De Puri Indianen zeiden, “for yesterday, today, and tomorrow they have only one word, and they express the variety of meaning by pointing backward for yesterday forward for tomorrow, and overhead for the passing day.” ‘

 

Ik kan het denk ik het beste omschrijven met mijn jeugdherinneringen, hoewel ik niet weet of iedereen dit zo ervaart. Ik moet denken aan mijn jeugd. Toen kon ik uren alleen buiten zijn, spelend met mieren, of misschien ook in mijn eigen fantasie wereld. Tijd deed er toen veel minder toe. Ik wist dat als het donker werd ik naar huis moest. Natuurlijk was ik ook vaak buiten met vrienden. Maar tijd is heel anders als klein kind. Ik weet nog dat als we vakantie hadden, een week heel lang duurde. Tijd lijkt met ouder worden steeds sneller te gaan. Mijn moeder zegt het ook. Ook heb je als kind minder last van anderen. Je klimt gewoon die boom in als je daar zin in hebt. Je bouwt een boomhut. Je trekt je t-shirt uit als je daar zin in hebt. Niet dat je als volwassen niet meer dat soort dingen doet, maar je trekt je er minder van aan als je kind bent, of misschien minder bewust van. Op een gegeven moment word je je misschien bewuster van het fenomeen tijd, over een uur moet je dit en dat. Nu komt alles zoals het komt.

In het nu zijn is moeilijk, het eindexamen los laten is lastig. Alle tijd die voorbij gaat is tijd die ik niet meer kan besteden aan het project. Koen Haegens beschrijft in zijn boek ‘Neem de tijd’ hoe we leven in een haastmaatschappij. Het heeft grote gevolgen, het zorgt voor onrust en gejaagdheid: in 2010 kampte één op de acht werknemers met een burn-out. Dit vond Heagens apart, want hoeven we juist niet minder dan vroeger te doen? Uit SCP-onderzoeken blijkt dat wij Nederlanders denken dat het aan ons zelf ligt, een kwestie van prioriteiten bijstellen. We spelen in op de mindstyle magazines en cursussen. Maar na onze Yoga les schiet alles stress er gewoon weer in. Heagens gaat op zoek naar zijn innerlijke tijd en er zijn momenten waarin hij zoiets ervaart als zijn eigen tijd. Maar dit blijven momenten. Dit is niet vol te houden, tenzij je bereid bent te leven als een kluizenaar. Hij denkt omdat we geen vast ritme meer hebben en we voortdurend met alles tegelijkertijd bezig zijn geen rust meer kunnen nemen. Vaste rustmomenten, zoals zondagen dreigen te verdwijnen. Door ons meer vrijheid te geven lijken we meer te werken. Iedereen verstuurd nog wel even en mailtje in zijn vakantie. Daarom is Heagens een voorstander van vaste ritmes en verplichte borrels.

 

 

IDENTITEIT

Mijn naam, plaats en leeftijd doen er hier niet toe. Wat zegt dat nou werkelijk over nu? ‘s Avonds kijk ik in mijn kleine spiegel om wat aan mijn uiterlijke verzorging te doen. Ik ben iets bruiner geworden en beginnen er sproetjes te ontstaan. Mijn ogen voelen kaal zonder een beetje mascara en mijn haar zit vol met takjes. Maar ik wen er al snel aan. Na een aantal dagen zon begin ik ook behoorlijk onder mijn oksels te ruiken. Het is eigenlijk maar raar hoe we altijd maar tijd en geld besteden aan make-up. Het is zo verzonnen door mensen. Toch vind ik alle lagen kleren die ik draag ook vervelend worden.

Het lastige vind ik om geen doel te hebben. In Schotland was het zwaar, maar ik kon steeds een doel stellen, tot die heuvel lopen. Niet dat je met een doel weg gaat of iets wilt ontdekken, maar je wilt wel van punt a naar b komen. Maar als je op een plek zit heb je naast je eten vinden en maken geen doel. Daarom kan het me goed voorstellen je beter dingen gaat maken en leren. We moeten in beweging blijven als we ergens naar toe willen gaan. Iedereen is in beweging ook al sta je stil. De aarde draait, de wolken gaan snel voorbij. Mensen gingen zich ook pas ontwikkelingen tot wat we nu zijn sinds ze zich gingen vestigen. Vaak zeggen mensen dat je alleen op vakantie moet gaan. Een reis maken. Maar ik denk dat dit heel anders is. Ik merkte het onderweg al. Op de terugweg ontmoet ik heel makkelijk mensen en maakte ik af en toe een praatje. Mensen zijn toch nieuwsgierig als er alleen een meisje met backpack rondloopt. Je ontmoet in je eentje makkelijk mensen, je deelt je verhalen. Mijn verhaal is anders. Er is geen spanning of avontuur. Behalve een ontmoeting met een dier of iets samenvallend met de natuur. Eigenlijk voelt het helemaal niet zo raar om tegen niemand te praten, je bent constant in gesprek met jezelf. Toch voel ik soms de behoefte om een ervaring te delen met een ander. Wanneer heb ik voor het laatst een stem gehoord? Wanneer heb ik voor het laatst hard op gelachen? Het is niet zo dat ik niet kan genieten, en dat ik in mijzelf lach. Toch als ik soms met mensen ben, dan zijn mijn gedachtes even stil, en dan ben ik dankbaar dat mijn gedachtes even ophouden. Toch voel ik mij soms juist eenzaam onder mensen. Ik kan prima een tijdje met mijn eigen gedachtes zijn, ik heb geen noodzaak aan anderen. De roddels en veroordelingen mis ik niet.

 

Gek genoeg mis ik het eten niet. Normaal heb ik altijd een behoorlijke trek en chocola zou ik nooit afslaan. Maar hier vind ik het wat smakeloze eten prima. Of ik andere gemakken mis? Nee niet echt. Ik mis het niet om op een wc te plassen. Het is werkelijk geen probleem. Ik mis mijn spullen niet. Een stoel en tafel mis ik wel. Ik mis geen internet en vooral niet het constante bereikbaar zijn en mijn facebook checken. Ja af en toe zou ik eens een berichtje willen sturen. Maar niet het constante gepiep wat er bij af gaat op een dag. In het Biesbosch checkte ik regelmatig mijn facebook, zelf als ik naar een prachtige zonsondergang keek, ik maakte foto’s en stuurde ze door in plaats van kijken. Nu heb ik geen keus.

 

Het is bizar hoeveel moeite ik moest doen om een stukje bos te vinden in Nederland waar ik kon leven voor een tijdje. In Nederland kom je al gauw op wandelpaden uit. En ik verwonder mezelf over de grenzen op de kaart, maar de lijnen bestaan niet in het echt. Net dat wij niet bestaan zonder adres. Niemand mag in Nederland meer vrij wonen, je kan niet staan en gaan waar je wilt. Hoe vrij zijn we nog? Moeten we ons vestigen of verplaatsen? Kan je nog zwerven in ons gecontroleerde Europa, of gaat het dan meer om veiligheid, op je hoede zijn, waken en verdedigen? Ook mogen we niet meer komen waar de wilde dieren zijn. We zijn zo vervreemd geraakt dat we blijkbaar niet meer kunnen samen leven met de dieren.

Ik heb het idee dat ik me in een stuk gezondere lucht begeef. De ochtendlucht is verfrissend. Een kunstenaars oog kan zelfs in een vierkante meter schoonheid ontdekken. Die zal zich misschien niet zo snel vervelen. Maar zullen andere mensen ook hun verveling kunnen los laten en de schoonheid kunnen gaan inzien als er geen afleiding is? Ik vraag mezelf af of ik me nu anders voel tegenover de natuur. Als ik op reis ben kan ik mij ook klein voelen in de bergen. Dan kan ik ook de schoonheid ervaren van de natuur. Dat is nu niet anders anders. Ik voel me misschien wel meer verbonden met de natuur. Elke dag staan die bomen daar, toekijkend en afwachtend, al jaren lang. Elke dag verstrijkt hetzelfde. De bomen beteken veel voor mij, maar voor hun besta ik niet. Het is alsof je naar een blijvend en veranderd schilderij kijkt, elke dag weer hetzelfde, en toch anders. Soms voelt het alsof ik nog dagen kan blijven, en soms heb ik zin om weg te gaan.

 

 

BACK TO THE FUTURE

Tijd is een belangrijke reden waarom mensen weg trekken uit de samenleving. Henry David Thoreau is geboren in Amerika 1817 en staat bekend om zijn boek Walden,Or life in the woods. Hierin beschrijft hij hoe men eenvoudig in een bos kan leven, afgezonderd van de ‘beschaafde’ samenleving. Thoreau is nooit geïnteresseerd geweest in geld, huis en kleren, hij verkoos er voor om rijkdom te hebben door zijn behoeften te beperken. Ook wilde hij geen vrijheid inleveren zoals anderen dat deden door dagelijkse routines te volgen. In zijn boeken lees ik een aantal dingen die ik herken van mijn bos avontuur. Zo schrijft hij over waarom we allemaal gaan rennen als de bel gaat. Waarom worden we dan zo gestrest, reageren we? Voor wie doe je dat? Ook schijnt hij veel geduld hebben gehad. Hij heeft mooie observaties geschreven over de natuur, en ook over tijd. ‘Time is but the stream I go a-fishing in. I drink at it; but while I drink I see the sandy bottom and detect how shallow it is. Its thin current slides away, but eternity remains. I would drink deeper; fish in the sky, whose bottom is pebbly with stars. I cannot count one. I know not the first letter of the alphabet. I have always been regretting that I was not as wise as the day I was born’  In zijn bestaan in het bos bestond er geen tijd, welk weer het ook was, hij wilde tussen het verleden en de toekomst instaan, het heden. Zijn dagen waren niet de dagen van de week, hij had geen klok om uren aan te tonen. Voor een groot deel maakte het hem niet uit hoe laat het was. Eerst was het ochtend en nu was het avond, en er was niks bereikt. Hij was ook van mening dat roddels, dingen uit de maatschappij toevoegde, want boven alles stelde hij de waarheid.

 

We kunnen niet terug in de tijd. Ik kan er voor kiezen om net als Thoreau een kluizenaar te worden (hoewel hij wel bezoek had!). Misschien dat ik het een maand kan, maar daarna zou ik toch altijd weer onder mensen willen zijn, mijn ervaring willen delen. Maar ik mis de stilte in onze samenleving. Het valt me nu pas om hoeveel reclames inspelen op tijd. Een voorbeeld hiervan is de ANWB: “omdat u geen tijd heeft om stil te staan’. We hebben geen tijd om met een kapotte auto langs de kant te staan, want we hebben allemaal verplichtingen. Ik voel me niet vrij. Ik voel me zelfs schuldig als ik en dagje ontspan. Want ik moet nog zoveel doen aan mijn scriptie. Eindeloos kan ik er aan doorwerken en het is nooit genoeg.

Het probleem is naar mijn idee niet zo makkelijk op te lossen. Geld speelt hierin een belangrijke rol. We werken zodat we geld hebben, eten en een dak, maar ook mee kunnen met de stroming. Belangrijk is dat we herkenning en met zijn allen verandering willen. Als individueel is het denk ik lastig om tegen onze tijd te vechten. Reizen kan een oplossing zijn. Gaan en staan waar je wilt, zonder verplichtingen. Het probleem is dat we ook niet meer weten te ontspannen, zelf als we verplichte dagen vrij hebben. Werk is dan al weer morgen, en dat is naar mijn idee te dichtbij. Er is te veel afleiding. In een half jaar kan er misschien wel rust gevonden worden of nagedacht worden wat je echt wilt.

GO TO TOP >

contact